"De realiteit" door Yvonne

Titel:  De realiteit
Auteur:  Yvonne
Datum:  18 mei 2006
Revisie:  -
Gelezen:  4330

De realiteit

Vroeg in de ochtend, nog voordat mijn wekker zijn weerzinwekkende geluid van zich geeft ten teken dat het voor mij tijd is de dag te laten beginnen, kruipt mijn kleine mannetje nog even in bed tegen me aan. Ik krijg mijn ogen nog niet echt open, murmel wat slaapdronken woordjes tegen het mannetje wat al klaar wakker hele verhalen wil komen vertellen en trek hem nog even gezellig bij me onder de warme dekens. Het duurt niet lang of hij vertrekt alweer. Moeder is te saai. Zo draai ik me om naar de vrouw die naast me ligt en leg een arm om haar heen. Ook enigszins slaapdronken en met flinke koorts, want het wijfie is ziek, murmelt zij iets in de trend van goedemorgen om vervolgens de slaap weer op te pakken onder de warme, van de koorts vochtige dekens.

Het duurt niet zo vreselijk lang, dan springt de kat op mijn kussen en begint luid knorrend met haar staart door mijn gezicht te zwiepen. Etenstijd lijkt ze te vinden. Ik denk daar nog heel anders over. Nog niet zo veel uurtjes geleden, midden in de nacht, stond ze te kokhalzen op mijn slapende borst en op het moment dat ze haar haarbal op mijn dekentjes wilde deponeren, werd ze nog net in laatste seconde door het zieke wijfie in haar nekvel gegrepen en naast het bed gezet. Dankbaar om de redding snorde ik braaf verder door mijn dromen heen. Ook de hond lijkt te vinden dat het tijd is om op te staan. Eerst een natte neus in je gezicht, vervolgens een veel te grote enthousiaste poot over je heen, vragend om aandacht en smekend om de eerste wandeling van de dag. Ik aai hem met gesloten ogen over zijn koppie om vervolgens zijn poot op mijn arm te voelen. Zijn poot, met een vijftal krachtige nagels die hij in al zijn lieftallige verzoeken om aandacht steeds krachtiger langs mijn arm heen trekt totdat de eerste rode sporen duidelijk zichtbaar zijn.

Uiteindelijk sleep ik mezelf het bed uit om de dag dan maar te laten beginnen. De kat draait om mijn benen, zodat ik bijna struikel. Luid knorrend en sissend springt ze van me weg en blijft beledigd op enige afstand van me staan met zo’n blik op haar kattesnoet alsof ze wil zeggen “lomp wijf”. De hond heeft zich inmiddels voor mijn voeten geworpen en ligt op zijn rug met zijn vier poten in de lucht waarmee hij me wil zeggen dat ook hij zijn knuffels voor de ochtend wenst te ontvangen. Ik knuffel hem even, om dan mijn weg voort te zetten richting keuken. Daar aangekomen schreeuwt mijn mannetje al van de bank: “mam, ik wil gebakken eieren”. Vermoeid zeg ik hem dat we geen eieren meer hebben, dat ik eerst morgen boodschappen moet gaan doen. “Nou, doe dan maar spagetti”. Na wat heen en weer geeft hij zich tevreden met een beker thee en een paar crackers met leverworst erop.

Ondertussen, terwijl ik kuzu (tegen het vele hoesten) voor de vrouw klaar sta te maken, draait de kat weer haar rondjes om mijn voeten. Terwijl ik haar weer bijna omver loop om een doosje kattevoer voor haar te halen, loopt ze weer luid sissend van me weg, in zo’n toontje van “als je me niet vlug iets te eten geeft, dan bijt ik je hoor!” Ik geef haar snel haar bakje eten, al is het alleen maar om mijn mooie voetjes voor haar klauwen en tanden te redden en kieper ondertussen het drankje voor de vrouw in één van haar vele mokken die inmiddels mijn keukenkastje rijk is. Ik breng haar het drankje aan het bed en kus haar met mijn bek vol ongepoetse tandjes goedemorgen. Ze begroet me met een vermoeide enigszins poging tot koortsig glimlachen. Ik haast me richting badkamer, nadat ik nog even een snelle greep in de veel te volle kleerkast heb gedaan, om me op te maken voor de werkdag. In de badkamer moet ik nog even een kleine hordeloop doorstaan over speelgoed en wasgoed wat overal rondslingerd totdat ik voor mijn spiegel aangekomen ben en naar mijn eigen vermoeide kop kan staren. Even snel poetsten en boenen, geurtjes erover, crèmpje ertegen en het ziet er allemaal al weer veel beter uit.

Snel slok ik mijn thee naar binnen, maak nog snel de boterhammetjes voor de dag klaar, pakje chocomelk voor het mannetje erbij, en dan de trap afsuizen en de hond uitlaten. Ik maak nog een babbeltje met de buurman van een paar straten verder die ook zijn hondje uitlaat. “Meid wat zie je er weer lekker uit vandaag”. Mijn dag is al weer helemaal goed. “Alles goed met de vrouw? Als ik je stralende grijns zo zie, geloof ik dat je gelukkig bent.”

Eenmaal weer thuis geef ik de hond zijn brokken, pak ik de kleren van het mannetje uit de kast en hijs hem er in noodvaart in. We moeten gaan! Terwijl hij nog even snel zijn plas gaat doen, loop ik nog even langs de vrouw die nog ziek in bed ligt. Ik kus haar, woel nog even door haar haar, zeg haar dat ik van haar hou en terwijl ik me nog van haar los moet rukken, roep ik al naar de kleine man dat het nu echt tijd is om te gaan. Samen sprinten we de trap af. Ik schreeuw nog even naar boven “tot straks lieverd!” en dan knal ik de deur achter me dicht en stap in de auto. We hebben het weer gered enigszins op tijd de deur uit te komen.

Moraal van het verhaal: magic_boy is tevreden, Rob bekijkt het menselijke zomerse schoon, Coen vind er geen bal aan, Fred wil dat we waakzaam zijn, Kada had een leuke avond , Kaatje heeft een kat die onvoorwaardelijk van haar houdt en ik een kat die alleen maar van me houdt als ik doe wat zij wil en toch straal ik en ben ik gelukkig om alles wat er om me heen is en ben stiekem vreselijk blij dat het konijn buiten in een hok zit en me ’s ochtends niet ook nog voor de voeten huppelt in de hoop dat hij dan een worteltje van me krijgt.

Yvonne

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]