"It’s a beautiful day." door Abcdefg

Titel:  It’s a beautiful day.
Auteur:  Abcdefg
Datum:  28 feb 2007
Revisie:  -
Gelezen:  4762

It’s a beautiful day.

Als je stage niet leuk meer is of als je er gewoon bijna niks mag doen dan maak je weleens een opmerking van ‘ik meld me gewoon lekker ziek de komende tijd’, toch? Ik in ieder geval wel. Nou loop ik op donderdag en vrijdag stage en nou maakte ik toevallig woensdag die stomme ‘ik ga niet meer’ opmerking tegen mij stagebegeleider. Wat gebeurde er? Donderdag was ik echt ziek.

Maar goed, dit kan natuurlijk gebeuren en ondanks dat ik vrijdag ook nog doodziek was ben ik maar gewoon naar m’n stage toegegaan. Nu wist ik zelf al dat ik gewoon weer de ‘goedkope werknemer’ klussen ging krijgen, maar puur en alleen om aan te tonen dat ik niet echt zou spijbelen ging ik er vandaag naartoe. Gevolg? Terwijl ik doodziek was heb ik zo’n beetje een halve dag papier mogen versnipperen met daartussen ergens een uurtje kassa.

Dan denk je dus dat het haast niet erger meer kan, maar, je raad het al, dat kon het wel degelijk. Ik ben dus klaar met die enorm fijne versnipper-klus (voor de nieuwsgierigen onder ons, het ging om sollicitatie-formulieren) en ik loop terug de winkel in. In de winkel kijken mijn fijne en lieve collega’s mij al op een ‘je mag weer een kutklus doen’ manier aan en wat bleek? Er moesten nog tig producten geprijsd worden.

Nu had ik al last van m’n rug omdat het leuke versnipperen plaats vond ik een ijskoude ruimte zonder enige mogelijkheid tot zitten en natuurlijk zat ik er niet op te wachten om nog eens honderd producten te gaan prijzen. Maar, omdat ik toch wel heel graag naar huis toe wilde ben ik begonnen met het prijzen van die stomme kantoorartikelen.

Op een gegeven moment komt er een vrouw naar me toe (en geloof me, het leek net alsof de jostiband een dagje aan het winkelen was) die me vraagt of ik een winkel weet waar zij haar inktpatronen kon laten bijvullen. Nog voordat ik mijn mond überhaupt kon opendoen vraagt deze bron van dementie op een stuk geïrriteerdere toon of ik nou wel of niet wist waar zij die patronen kon laten bijvullen. ‘Misschien weet mijn collega van de computerbalie waar dat kan mevrouw’ zei ik toen. Ondertussen keek die vrouw mij aan alsof ik Russisch sprak. Maar goed, ik gaf me niet gewonnen en na zes keer antwoord geven op dezelfde vraag begreep deze slimme vrouw dan eindelijk dat ze even naar de computerbalie toe moest lopen. En wat denk je dat ze doet? Dat vervelende, zeurende, zeikende mens gaat 10 meter van die balie af staan, kijkt ernaar, ziet mijn collega daar ook staan… en… ja hoor, ze draait zich om, kijkt mij kwaad aan en loopt woest de winkel uit.

Dan denk je dus echt dat je alles gehad hebt en op dat moment was mijn irritatiepijl al behoorlijk hoog, sterker nog, ik was chagerijnig. En toen diende de volgende josti zich alweer aan.

Een man, eind 40 begin 50 komt naar mij toe “Mag ik u wat vragen?” “Ja natuurlijk” antwoordde ik met een gemaakte vrolijkheid terwijl ik op dat moment evengoed nog klantvriendelijk probeerde over te komen. “Ik ben op zoek naar nummers”, op dit moment wist ik eigenlijk al zeker dat het hier ging om nog zo’n gek figuur, nog zo iemand die was weggelopen uit het gekkenhuis en juist ik moest zo iemand weer helpen. “U bedoeld zeker stickers meneer?” vroeg ik waarop die man volmondig antwoordde “Ja, van een tot tien”. Oké, dus ik loop met die vent mee naar onze ge-wel-di-ge stickerafdeling en ik pak een pakje zwarte stickers die op een duidelijke witte achtergrond waren geplakt. Nu zou iedereen kunnen zien dat de stickers zelf zwart van kleur waren en dat het velletje waar ze op zaten wit was. En toen gebeurde het hoor, erger kon je mij op dat moment niet meemaken maar dat ontsnapte geval komt met een opmerking!! “Zijn dit witte stickers ofzo?”. Je wilt niet weten wat ik toen op dit moment dacht, echt niet, maar wat een ongeloofelijke figuren komen er zo’n winkel in zeg!!

Ik heb die man trouwens met de meest gemaakte lach ooit geholpen en ondanks alles had hij niet door dat ik zijn bloed wel kon drinken. Het enige nadeel was dat ik mezelf na dit alles helemaal niet meer goed voelde en aan mijn stagebegeleidster vroeg of ik naar huis toe mocht. Vraag me niet hoe het mogelijk is maar gek genoeg mocht ik eerder weg.

Oké, ik loop dus door de stad terug naar het station, en ik was er gewoon van overtuigd, serieus, dat het niet erger meer kon. Ik kom bij dat bushokje ... ik kijk om me heen, wat zie ik zitten?!?! Twee nog geen vijfentwintig jaar oude jongens die bier zitten te zuipen en wiet zitten te roken. Nu moeten ze dat natuurlijk zelf weten maar ze zaten wel op dezelfde bus te wachten als waar ik ook in moest zitten!

Even later zit ik in de bus, eerst komt een van die twee smurfen aan en die besluit om achter mij te gaan zitten, vervolgens komt die tweede malloot aan en waar gaat die zitten? Ja hoor! Naast mij! Dan heb je een bus met zo’n 40 zitplaatsen, dan zijn er nog zo’n 20 plaatsen vrij en waar gaat zo’n naar drank stinkende wiet rokende boer zitten? Naast mij!!

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo met m’n hand voor m’n neus heb gezeten en o wat was ik blij toen ik thuis was zeg.

Ik zou graag willen zeggen dat ik dit hele verhaal verzonnen heb maar dan zou ik liegen. Was ik maar gewoon thuisgebleven.

Abcdefg

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]