"De wereld op haar kop" door Frederique

Titel:  De wereld op haar kop
Auteur:  Frederique
Datum:  4 jun 2008
Revisie:  -
Gelezen:  4480

De wereld op haar kop

Als ik als kind betrapt werd op het een-of-ander dan kon ik altijd de prachtigste redenaties naar voren brengen waarom ik iets gedaan had. In negen van de tien gevallen hielp het niets: "je zet de boel mooi op z'n kop", zeiden m'n ouders dan. Soms klopte dat. In andere gevallen keek ik er achteraf gezien anders, maar niet minder, tegenaan dan mijn ouders.

Mijn wereld ging pas echt op z'n kop toen ik begin 2004 erkende dat ik een vrouwelijke kant had. Alle vaste grond verdween onder mijn voeten vandaan. Waarom had ik mijn werk in de ICT gezocht? En het antwoord kwam snel: omdat ik die wereld kon verklaren. Alles had in de ICT z'n reden. Alles was logisch. Ik had het computeren geleerd in mijn puberteit. Als ik PRINT "Frederik" intypte dan zei het apparaat braaf "Frederik" en geen "Frederique". Ik vond die voorspelbaarheid, die logische verbinding tussen oorzaak en gevolg, fantastisch. Hoe anders ging het in mijn leven. Ik zag dat mijn zus borsten kreeg en ik werd jaloers. Jaloezie die ik niet verklaren kon. Jaloezie die ik ook ongewenst vond: het was tenslotte mijn zus! Hoe kon ik ooit nog die ene mens, die ik ook nog vertrouwde, onder ogen komen als ik jaloers op haar was? Ik heb dat vervelende jaloezie-gevoel en de pijn van het geen-vrouw-zijn dus snel weggestopt, ben snel gevlucht in die wereld van de bits en bytes waar ik alle gevolgen kon verklaren en waar elk probleem een oplossing had.

Nu het logisch was waarom ik voor ICT gekozen had, was het dan ook logisch om daar te blijven? JA! schreeuwde mijn verstand. Want werk betekent inkomen - en wat kon ik nu anders dan ICT? NEE! brulde mijn gevoel. Want als ik als vrouw geboren zou zijn, zou ik dan ooit de ICT ingegaan zijn? Een boeiende vraag. Ik denk het niet. Want als ik als vrouw geboren zou zijn, zou ik dan ook zo op zoek zijn geweest naar logische verbindingen tussen oorzaak en gevolg? Naar zaken die ik met mijn hoofd kon beredeneren zodat mijn gevoelens en emoties zich minder zouden laten gelden? Ik denk van niet, want waarom zou ik dan mijn gevoelens en emoties willen onderdrukken? En, nog belangrijker, als dat nu ook niet meer nodig is, wat kies ik dan nu voor de komende 30 jaar van mijn leven? Word ik kapster, of verpleegster, of tandartsassistente, of secretaresse zoals de meeste vrouwelijke klasgenootjes dat deden in mijn puberteit? Het leek me allemaal niets, maar in de ICT blijven leek me net zo goed niets...

Een ander punt wat ter discussie stond was mijn humor. Ik had mijzelf een erg mannelijke humor aangewend die goed in mijn omgeving paste. Nee, die ging -gelukkig- niet over seksuele grappen, daar hield ik me altijd verre van. Maar wel hadden veel grappen het kaliber van "een ander in een hoek zetten". Met een paar jongens ging ik bij wijze van grap heel onaangenaam om. "He, prutser, zit je nu alweer niet te werken?". En omgekeerd ook: "'t Werkt zeker weer niet dat je nu zo zit te zweten?" We meenden daar over en weer geen snars van. En we lachten altijd vriendelijk naar elkaar om dat te laten weten. Maar past zoiets nog bij mij? Ik ben er gedeeltelijk mee gestopt en gedeeltelijk ook niet. Op een gegeven moment bleek dat ik zo gevoelig was voor dit soort grappen dat grappen van anderen mij pijn begonnen te doen. Ja, die grappen waren een soort harnas geweest. Pas op, kom niet te dicht bij mij. En toen ik dat harnas aan het afbreken ging bleek dat het harnas toch een functie had: mensen kwamen dichterbij mij en dat was dood- en doodeng... Ik moest mij opnieuw leren te bewapenen voor dit soort humor van anderen, maar dan zonder daar zelf aan mee te doen...

Ik herkende ook wat ik de afgelopen jaren vaak heel onbewust had gedaan. In mijn wandelvakanties wandelde ik vaak veel te snel. Een dagwandeling van twintig kilometer begon ik dan om een uur of tien 's morgens en ik was dan om een uur of drie 's middags terug in het hotel. Ik had er rustig drie uur langer over kunnen doen, maar ik nam geen tijd om even stil te staan of om mij heen te kijken. Er moest iets uit: onrust van binnenin mij. En vooral op zo'n manier dat daar weinig gevoelens en emoties bij kwamen te kijken. Later deed ik meer aan stedenreizen. Ook hier merk ik dat ik mijzelf volledig voorbij gerend ben: heel veel in een heel erg korte tijd willen zien. Ik heb me daar wel eens op betrapt. Heb mijzelf toegesproken dat het ook wel wat langzamer mocht. Maar het lukte niet. Op dat moment onverklaarbaar, op dit moment denk ik dat ik toch -te- bang geweest ben om langer ergens stil te staan waarbij mijn gevoel en emoties boven zouden komen.

En dan natuurlijk de vraag "ben ik travestiet, transgender of transseksueel"? Ik was er zelf wel snel uit: ik was transgender. Voor een travestiet wou ik me te vaak omkleden (dagelijks), een transseksueel richtte zich te veel op die geslachtsoperatie (op dat moment wou ik geen enkele lichamelijke verandering). Ik zat dus ergens tussen travestie en transgenderisme maar dichter bij die laatste dan bij de eerste. Om discussies daarover te vermijden hoorde ik graag bij de groep "transgender in brede zin". Afgekort: "transgender". Er zijn mensen geweest die mij dat kwalijk namen. Ik meldde me in die tijd aan bij het forum van travestie.org en ik herinner me dat er mensen waren die mij "ontmaskerden" als travestiet omdat ik mij "ten onrechte" transgender noemde. Ik heb me er wild woest om gemaakt: hoe durfde een ander te twijfelen aan het hokje waar ik mij het best in thuis voelde? Omgekeerd waren die mensen even woest: waar haalde ik het lef vandaan om mij transgender te noemen als ik niet kon aantonen dat ik ook een lichamelijke verandering wilde? Ik kan me die discussies herinneren als erg onprettig. Ik heb lopen te vechten als een leeuw. Tot ik op een gegeven moment de conclusie trok "wat jij van mij vindt is jouw zaak - ik vind mijzelf een transgender". Het was de eerste zelfoverwinning die ik nodig had voor ik als meer-vrouw-dan-man naar buiten durfde...

N.B: Nu we het toch over "de wereld op haar kop" hebben: de afgelopen week zag ik op de site van de GayKrant een bericht dat ik niet voor mogelijk hield. Het ging over een homoseksueel die in een sauna onwel geworden was. Er werd een ambulance gebeld maar de ziekenbroeder verleende geen hulp omdat het om een "nichtenbende" zou gaan. Uiteindelijk kwam het slachtoffer in het ziekenhuis terecht, waar bleek dat zijn aorta gescheurd was. Je moet er toch niet aan denken: heb je hulp nodig, verleent een ziekenbroeder die niet omdat die de omgeving waar hij in terechtkomt niet kan waarderen! Hoe zou dat in mijn geval gaan? Bestaat de kans dat ik, als er iets ergs met mij gebeurt, een ziekenbroeder tegenkom die vindt dat wie als man geboren wordt nooit een vrouw kan worden? Waarbij ik om die reden dus ook geen hulp hoef te krijgen? Het is een idee om helemaal naar van te worden. De eerder genoemde ambulancemedewerker mag (gelukkig) alleen nog ondersteunende ambulancediensten verlenen en hij is twee maanden geschorst. Het lijkt me duidelijk dat wat hij deed dus echt niet kan...

Frederique

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]