"Diagnostisch geloof" door Frederique

Titel:  Diagnostisch geloof
Auteur:  Frederique
Datum:  14 okt 2008
Revisie:  -
Gelezen:  5144

Diagnostisch geloof

Ik was 25 en ik geloofde niet meer. Ik was gereformeerd opgevoed en het afscheid nemen van mijn geloof was niet eenvoudig. Ik was er bang van geworden: het voelde alsof alle vaste grond onder mijn voeten vandaan was getrokken. En toch had ik het gevoel dat het niet meer naar de kerk gaan en het loslaten van die "oude manier van geloven" voor mij het beste was. Ik ben nog wel lang op zoek gegaan naar een andere vorm van geloven. Een vorm waarbij mensen boven zichzelf uitstijgen, ja, zelfs zover dat dat bijna onmenselijk is. Zoals die bekende beelden van de jongen die op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking voor een tank staat. De tank gaat naar links, de jongen ook. De tank gaat naar rechts, de jongen ook. Indrukwekkende beelden. Durf het maar eens, alleen voor zo'n machtige tank te staan... dat lukt je vast niet zonder God.

Mijn zus geloofde anders. Veel traditioneler. Zoals veel van haar leeftijdsgenootjes deed ze belijdenis in de kerk. Voordat ze dat in de kerk mocht doen is ze bij een groep ouderlingen geweest om daar bevraagd te worden op haar geloof. Als de ouderlingen het goed vonden mocht ze in de kerk belijdenis doen en vanaf dat moment ook meedoen aan het avondmaal. Als de ouderlingen het niet goed vonden zou ze het volgende jaar opnieuw catechisatie moeten doen. Ik vond dat een raar verschijnsel. Ik vroeg het aan mijn vader: hoe kunnen ouderlingen nu bepalen of iemand wel-of-niet genoeg gelooft? Mijn vader zei: "Daar wordt verschillend over gedacht. Er zijn ouderlingen die je het vuur aan de schenen leggen, andere ouderlingen vinden het snel goed, want die weten dat er verschillend geloofd wordt". Hoewel ik al van mijn geloof af was vond ik het heel raar. Je geloof belijden is toch in de kerk aangeven wat JIJ ten opzichte van JOUW God voelt? Waarom zou een ouderling daar een mening over moeten hebben?

Pas toen ze "goedgekeurd" was en dus belijdenis mocht doen realiseerde ik me op basis van het voorgelezen belijdenisformulier dat er eigenlijk iets anders aan de hand is. Bij het belijdenis doen doe jij geen belijdenis van jouw geloof ten opzichte van jouw God, maar doe je belijdenis van jouw geloof ten opzichte van de kerkelijke gemeente. En daarbij accepteert de gemeente jou als volwaardig lid van de kerk.

In 2004 merkte ik dat ik niet alleen een mannelijke, maar ook een vrouwelijke kant had. Alle vaste grond werd daardoor (weer) onder mijn voeten weggemaaid. Ik herinner me dat ik twee dagen nadat ik hier achter kwam bij mijn ouders in een vakantiehuisje zat en alleen maar stil voor mij uit zat te staren; overdonderd, geen idee wat mij te wachten stond. Mijn vader vroeg: "Wat ben je stil, waar denk je aan?" Maar het was te vroeg om daar antwoord op te geven. Eerst moest ik zelf uitzoeken waar ik stond en wie of wat ik was. Ik heb er driekwart jaar over gedaan voor ik mijn ouders wèl een antwoord op die vraag kon geven. En ik heb er in totaal zo'n drie jaar over gedaan voor ik genoeg uitgezocht had om zeker te weten dat hormonen voor mij de beste oplossing waren, ook als ik nog steeds niet zeker wist of ik wel of geen geslachtsaanpassende operatie zou doen.

Ik heb regelmatig aan het belijdenis doen moeten denken. Het lijkt zo sterk op de diagnosefase in het ziekenhuis (zijnde de VU, de Vrije Universiteit in Amsterdam). Genderdysforie betekent dat MIJN gevoel niet overeenkomt met MIJN lichaam. Daarom vind ik het logisch dat IK beslis of ik wel of geen gezichtsepilatie ga laten doen; dat IK beslis of ik wel of geen logopedielessen ga volgen; dat IK beslis of ik wel of geen hormonen ga nemen en, als IK hormonen neem, dat IK de keuze maak tussen het nemen van òf vrouwelijke hormonen, òf anti-mannelijke hormonen, òf beiden. Die laatste aannames bleken verkeerd te zijn. Het ziekenhuis heeft mij 15 maanden psychisch doorgezaagd met vragen over seksuele fantasieën en seksuele voorkeuren. En deze vragen werden zowel over het heden als over de puberteit gesteld. Daarnaast waren er veel vragen over de relatie tussen mijn ouders en mijn zus en mijzelf. Ik heb een levensverhaal moeten schrijven (dit vond ik vrij gemakkelijk: 33 pagina's is het geworden), heb vragenlijsten over mijn persoonlijkheid in moeten vullen en heb tekeningen moeten maken. Nee, het is niet niks wat de VU onderzoekt voordat ze je toestaan om hormonen te gaan gebruiken.

Ik heb dit VU-onderzoek vaak ervaren als een "inmenging in mijn gevoelens". Want zoals ik de epilatie begon na een intakegesprek van een kwartiertje en de logopedie begon na een gesprek met mijn huisarts van ook een kwartiertje (in beide gevallen kwam ik er gekleed als man), vond ik het niet meer dan vanzelfsprekend dat ik ook bij de VU in hooguit een uurtje onderzocht zou worden voor ik toegelaten werd tot de hormoonfase. Ik kwam tenslotte (voor mijn gevoel) als vrouw gekleed en ik had in 3 jaar tijd zo'n 40 gesprekken met mijn coach/counselor/gids gehad. De VU dacht hier heel anders over: eerst gesprekken om te kijken of ze mij sowieso wel wilden helpen (ik wees tenslotte een geslachtsaanpassende operatie op korte termijn af en dan is het voor de VU niet meer vanzelfsprekend dat ze je willen helpen*) en toen na vijf maanden bleek dat ze me wel wilden helpen volgde er nog iets minder dan een jaar met "reguliere" diagnosegesprekken. Natuurlijk had ik genoeg op het internet gelezen om te weten dat het niet in een uurtje zou gaan, maar 15 maanden tussen intakegesprek en start van de hormonen vond ik uiteindelijk toch wel het andere uiterste, zeker ook omdat het in die gesprekken nauwelijks ging over de reden waarom ik hormonen wilde.

Bij de VU lijkt het erop alsof genderdysforie het verschil is tussen de diagnose van een psycholoog en mijn lichaam. Alsof alleen dat deel van mijn geest dat door mijn psycholoog herkend en erkend wordt relevant is voor de behandeling. Deze manier van denken maakte (en maakt) mij kwaad, zoals het mij ook kwaad maakte toen ik bedacht dat die ouderlingen bepaalden of iemands geloof nu wel of niet goed genoeg was om belijdenis te mogen doen.

Ook hier had ik het niet goed begrepen. Als mensen niet bij de VU behandeld worden is er een route-om-de-VU-heen om alsnog onder medische begeleiding hormonen te krijgen. Ook in die zin lijkt de werkwijze op belijdenis doen: wie geen belijdenis mag doen in de ene kerk kan het gewoon in een andere kerk opnieuw proberen.

En toch...

Doorgezaagd te worden over je geloof door een groep ouderlingen is in deze samenleving met zoveel verschillende vormen van geloven die elkaar vaak nauwelijks aanvoelen voor mijn gevoel sterk achterhaald.

Zo is ook het diagnose verrichten op genderdysfore patiënten sterk achterhaald omdat een buitenstaander (zelfs een mede-transseksueel of een mede-transgender) gewoon niet kan voelen wat een ander voelt en er een oneindig groot aantal tussenvormen tussen man en vrouw bestaan**.


* De VU is inmiddels bezig met het herschrijven van haar protocol. Het wordt daarbij voor mensen die geen geslachtsaanpassende operatie wensen gemakkelijker om via de VU hulp te krijgen.

** Er zijn transseksuelen die het nut van de diagnosefase verklaren door erop te wijzen dat de diagnosefase er niet is om genderdysforie aan te tonen, maar dat deze er is om andere psychische problemen uit te sluiten. Toch blijft de VU in haar voorlichtingsronden vertellen dat het eerste doel van de diagnostiek is om te bepalen òf , en zo ja in welke mate, iemand genderdysfoor is. Het vervelende is ook dat de VU geen uitspraken doet over welke psychische problemen onderzocht worden. Bovendien is 15 maanden doorlooptijd om psychische ziektes uit te sluiten wel erg lang, zeker als je als patiënt in het dagelijks leven nooit problemen met die mogelijke "andere psychische ziektes" hebt ervaren.

Frederique

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]