"Zelf-s-pot" door Kaatje

Titel:  Zelf-s-pot
Auteur:  Kaatje
Datum:  25 feb 2009
Revisie:  -
Gelezen:  4784

Zelf-s-pot

Ik ben een kanjer in zelfspot en weet anderen uit te dagen tot nog meer (s-)potgrapjes waar men stiekem rood van wordt.

Ik ben geen kei in pottengrapjes en homoraadsels, maar ben ik op dreef, dan kop ik ze vanzelf in. Dit kan leiden tot een aantal minuten zelfspotamusement en het achter de oren krabben bij mijn gesprekspartner op dat moment.

Zet ik mijzelf dan graag voor l*l? NEE.

Maar ik wil de ander graag overtreffen en wanneer ik de spot met mijzelf drijf, kan ik het beter hebben dan wanneer een ander het doet.

Zo ook op het werk.
Daar weet een ieder dat mijn voorkeur van bedpartners vrouwelijk is en komen de leuke opmerkingen al van heinde en verre je tegemoet.
"Hé, zin in een potje thee?"
Ik toon mijn liefste glimlach en zorg dat ik een kop koffie in mijn handen heb.
Ik ga zitten broeien tot ik een goede, harde tegenreactie heb en haal genadeloos uit.
Dit leidt vaak van kwaad tot erger... En stiekem geniet ik er van!
De ander krijgt op een gegeven moment toch een gevoel van gêne bij het idee dat ze mij toch op een bepaalde manier kwetsen en zwakken daardoor af.

Dat is mijn moment.
Je kunt mij namelijk niet kwetsen met mijn geaardheid, want dat ben ik.

Op datzelfde werk is er een man die weleens een opmerking maakt.
Alleen afgelopen keer was het een domino-effect, een sneeuwbaleffect, een schakel aan schakel tot een geweldige ketting die hij bijna om zijn kippennek voelde straktrekken.

Maandagmorgen 09.35:

"Kaatje, ik heb van het weekend toch wat leuks gehoord."
"Hmmmm, ik ben benieuwd..."
"Waar worden lesbiënnes in begraven als ze dood zijn?"
O, alsjeblieft, dit raadsel heeft een baard zo oud...
Dijenkletsend geeft hij het antwoord: "In potgrond".

Vertel de volgende mop niet, want ik moet nog even bijkomen...
"Owowowow, ben je nou helemaal van de pot gerukt om met zo'n grap aan te komen op mijn nuchtere maag?"
Hm, moet hij nu lachen of huilen, een glimlachje verschijnt.
Mijn woordspeling uit mijn mond komt wel aan, maar er komt nog een grapje overheen.

"Kaatje?"
"Ja?"
"Hoe noem je een lesbiënne met lange vingers?"
"O, even diep nadenken hoor. Kraak, kraak, kraak. Iets wat jij niet hebt?"
Weer die vertwijfelde blik en al stiekem voelen dat ik meer adrem ben en toesla.
"Hahaha, grappig, Kaatje (nee, jouw grapjes gelukkig niet), die noem je groot geschapen."

Pak de zoutpot maar weer. Wat een flauwe grappen.

"Kijk, lieve collega, dit is nu de reden waarom jij niet knap en intelligent bent!"
Mijn collega kijkt mij appelig aan. "Waarom niet?" (Mist enig zelfinzicht.)
"Dan was je een vrouw geweest!!!"
De stijging van zijn bloeddruk wordt zichtbaar in de kleur van zijn gezicht.
Let wel, ik blijf alles zeggen met mijn liefste glimlach en lach, werkelijk waar, de longen uit mijn lijf bij mijn eigen grapjes.

Ik betrek mijn vrouwelijke collega erbij om een front te vormen.
"Ach, je hebt wel enig bestaansrecht hoor. Jouw vrouw haar vib kan namelijk geen vuilnis buiten zetten en het gras maaien."
Nu begeef ik mij op glad ijs, ik betrek zijn vrouw erbij.
"Ach, Kaatje, even goede vrienden, hoor. We drinken snel een borrel."
"Stuur liever je vrouw maar voor een borrel." (Afsluitend met een dikke knipoog.)

Grappen maken blijkt een mannending en het liefst dan grof en over seks; ik kan met beide meedoen en dan ook nog mijzelf op de hak nemen.

Mannen tegen vrouwen, potten tegen mannen.

Doel?
De mannelijke grappenmaker of de vrouwelijke uit-de-tent-lokker met een bek vol tanden zetten. En trouwens, ik vind mijn eigen grapjes altijd het leukst.

Ik laat mijn mannelijke collega achter met een potje zelfmedelijden en ga aan mijn eigen werkzaamheden beginnen.

Ik zeg maar zo:
Met potten moet je uitkijken; je geeft ze een hand en ze nemen meteen je hele vinger.



Werkse!!

-X-

Kaatje

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]