"Geslachtsoperatie (2)" door Frederique

Titel:  Geslachtsoperatie (2)
Auteur:  Frederique
Datum:  2 jun 2011
Revisie:  -
Gelezen:  4348

Geslachtsoperatie (2)

Het was in het begin van mijn proces. Ik had mijn eerste rokje gekocht. Ik stond ermee voor de grote spiegel van het hotel in Parijs. Thuis had ik (toen nog) niet zo'n grote spiegel. Horen hier nu ook borsten bij, zo vroeg ik me af? Ik wist het niet - ik dacht het niet, eigenlijk. Een maand later kocht ik mijn eerste paar (plak-)borsten en ik ben nooit meer zonder gegaan. Borsten horen bij mij, zoveel is duidelijk.

Het is deze verandering van gevoel die me in de rest van mijn proces telkens bijgebleven is. Ik ben in mijn genderontwikkeling altijd langzaam aan gegaan. Ik heb sommige vrouwelijke kledingstukken direct tot de mijne gemaakt (zoals een rok), maar andere (zoals een fladderrokje voor in de zomer) durfde ik nog niet direct aan. Van sommige kleding heb ik nog altijd iets van 'hoort dat wel bij mij'? Alsof ik voel dat het bij mij past - en tegelijkertijd voel dat het nu nog te vroeg is.

Een soortgelijk gevoel heb ik ook gehad ten opzichte van de geslachtsoperatie. Ik heb nooit een hekel aan mijn piemel of de behoefte aan een vagina gehad, maar tegelijkertijd heb ik het voorbeeld van de borsten in het Parijse hotel in mijn achterhoofd gehouden: Zeg nooit "nooit". En ik merkte ook dat als ik verslagen van geslachtsoperaties las, dat ik die anders, met meer interesse, las dan verslagen over bijvoorbeeld gezichtsoperaties.

Tijdens de voorlichtingsronde van de VU in juni 2008 viel het me bij het zien van foto's van piemels en vagina's op dat er een soort berusting leek te komen bij het zien van foto's van piemels. Alsof het goed was dat ik een piemel had, alsof vagina's te ver van mijn bed waren. Eigenlijk was ik wel blij met die berusting.

Ik ging dan ook met interesse naar de voorlichtingsronde van de VU in mei 2009. Zou ik hetzelfde voelen? Maar bij deze ronde gebeurde er iets anders. Ik zag foto's van piemels waarbij ik iets had van "get, een piemel". Ik zag ook een paar foto's van vagina's waarbij ik het gevoel had dat die toch ook gewoon mooi waren. Alsof mijn gevoel weer aan het schuiven was. Het was verwarrend, want de logische vervolgvraag "krijg ik nu een vagina" was helemaal niet gemakkelijk te beantwoorden. Er kwam heel veel verzet op, want als ik een vagina zou willen dan zou ik ook weer naar die knudde-psychologen van de VU moeten. Die hebben mijn leven al een jaar lang op stelten gezet - de verplichting om van de psychologen gebruik te maken in 2007 heeft mij mijn leidinggevende functie gekost. Een enorme woede kwam op, ook ten opzichte van de psycholoog die tijdens de presentatie in 2009 weer enkele erg gemakzuchtige uitspraken over gender deed.

Ik overwoog 's avonds dat als een geslachtsoperatie nodig was, dat ik eerst buiten de VU zou gaan kijken, zodat ik van die VU-psychologen geen last meer heb. Dat gaf rust. De volgende morgen voelde ik weerstand om onder de douche te stappen. Zou ik er nu moeite mee hebben om een piemel te hebben, zoals ik van collega-transseksuelen wel hoor? Onder de douche voelde het eigenlijk zoals de dag ervoor: Geen grote hekel, ook geen grote liefde. Er was nog steeds sprake van een broze balans.

De woede op de psychologen bleef, drie dagen lang. Ik heb het van me afgeschreven: Eerst vrij woest via meerdere forums op het internet, daarna heb ik veel rustiger in een e-mail aan het genderteam uitgelegd waarom die man z'n verhaal voor mijn gevoel niet klopt.

Een dag later ging de woede weg en kwam het verdriet. Het verdriet dat ik niet in een meisjeslichaam geboren ben. Dat ik zulke lastige beslissingen nemen moet: Wel een geslachtsoperatie (met bijbehorende risico's), of toch maar "het ding" laten hangen? Hoe moet ik omgaan met de broze balans tussen het wel handig vinden van die plasser en het mooi(er) vinden van een vrouwelijke onderkant dan een mannelijke onderkant? Zou ook dit gevoel van mooier vinden tijdelijk zijn? Het is alsof ik tegelijkertijd voel dat ik niet aan een geslachtsoperatie ga ontkomen en dat het tegelijkertijd nu toch nog te vroeg is om concreet uit te zoeken waar, hoe, bij wie - en hoe ik die VU-psychologen effectief ontloop. Betekent dit ook qua hormonen het afscheid van de VU om die psychologen te kunnen blijven ontlopen?

Heel veel vragen. Heel veel gevoelsmatige onrust. Veel verdriet van het niet in een vrouwenlichaam geboren zijn. Veel pijn van het moeten nemen van beslissingen waarvan je de gevolgen eigenlijk niet kunt overzien. Weerstand om verder te gaan en tegelijkertijd ook verlangen. Wel-of-geen vagina is niet voor iedereen een vanzelfsprekende 'keuze' zoals soms wel gesuggereerd wordt.

Deze column is geschreven in juni 2009, een paar weken na de voorlichtingsbijeenkomst van de VU. Ik ben ondanks alles wel bij de VU gebleven. Over de operatie later meer...

Frederique

Ga naar...

[Volgende column] [Vorige column]